De woonbladen. Ik heb er een haat-liefde verhouding mee. Natuurlijk word ik enerzijds ontzettend blij van de prachtige huizen en overweldigende tuinen, overal ter wereld. Hoe fijn is het dat mensen hun huis openstellen, zodat ik daar eens even fijn naar binnen mag kijken. Maar… natuurlijk is er een maar.

Hoewel de prachtige huizen in de woonmagazines zorgen voor inspiratie, roepen deze meesterlijke woningen ook een onrustig gevoel bij me op. Ik ben gezegend (?) met een nogal rijke fantasie. Fantastisch toch, hoor ik u denken, maar dit betekent wel dat iedere keer wanneer ik zo’n prachtig loft in Manhattan zie (of een Toscaanse villa in Firenze), ik mijzelf in mijn hoofd al huiseigenaar heb gemaakt.  Dat ik het dus ben die in de getoonde marmeren jacuzzi aan het badderen is, dat ik mijn blote voeten warm aan de vloerverwarming van die landelijke woonkeuken, dat ik mijn paard afzadel in de stallen van dat Engelse landhuis. Hmm zo kan ik eigenlijk nog wel even doorgaan, merk ik.

Hoe dan ook, wanneer ik weer ontwaak uit mijn woontijdschrift (door de telefoon, de man of de hond), kom ik weer terug in de realiteit: Een 50m2 groot appartement in het centrum van Breda. Weg Jacuzzi. Weg stallen (het uitmesten zal ik overigens niet missen). Toch is het dan even schrikken.

Gelukkig hervat ik me na een dergelijk moment weer snel en krijg ik juist daarna weer extra zin mijn huis mooier te maken. Na 31 jaar weet ik namelijk ook wel dat je thuis voelen niets te maken heeft met de grootte van je huis.